
10 | “Jij bent die alleenstaande moeder die er een zootje van heeft gemaakt”
Leven in de Top 600 en Top 400
Diana
Diana schrok zich rot. Om zeven uur in de ochtend stond een hele ploeg voor de deur. En in de tuin. ‘Politie! Doe open!’ Ze kwamen voor haar zoon Damiën, die met haar iets oudere zoon en twee dochters bij haar woonde in een doodgewone wijk van Amsterdam.
Ze deed slaperig open en kreeg allemaal papieren te zien. Wat er op stond, drong niet tot haar door. “Weet je zeker dat jullie hier goed zijn?!” vroeg ze de agenten. Ja, dat wisten ze zeker. Ineens was Damiën weg. Mee.
Hij was veertien en had wel wat problemen, maar het leken zijn moeder puberproblemen die elk opgroeiend kind heeft. Vechten en zo.
Het zat anders. Op het politiebureau gaf Damiën toe dat het klopte wat ze zeiden: hij had in Amsterdam-Zuid iemand met geweld beroofd op straat. “Ik was zó teleurgesteld!”
Het ergste was: nu kwam Damiën in de Top 600. Dat is een project voor gewelddadige jonge criminelen die de politie en de gemeente met een heleboel andere hulpverleners weer op het rechte pad willen brengen.
Dat betekende dat het leven van het gezin ‘werd gekaapt’, vertelt Diana.
Haar wereld stortte in.
“De politie kwam ‘om de haverklap’ aan de deur. Damiën kreeg ineens van alle rottigheid in de buurt de schuld, zo leek het. Omdat hij met verkeerde vrienden bleef omgaan. ”
Ook zijn broer kreeg problemen met de politie. Die kwam in de Top400, voor jongens die dreigen af te glijden in de criminaliteit.
Hun jongste zusje werd bang voor de politie.
Steeds kwamen agenten en hulpverleners in huis. Iédereen kwam zich met het gezin bemoeien. “Die hulpverleners kwamen alles overhoophalen. Ook letterlijk. Iedereen wilde alles weten. Psychologen met hun eigen methodes. Die hulpverlener, die, dan die nog...” Ze deden allemaal onderzoeken. “Tussendoor moest ik ook nog steeds naar de rechtbank. Het leek wel een baan. Iedereen had vast goede bedoelingen, maar ik voelde me leeggezogen.”
Diana voelde zich eenzaam. “Familie, vrienden… Je bent de paria. Je bent een alleenstaande moeder die er een zootje van heeft gemaakt.”
De kinderen werden steeds stiller. “Ik ging geloven dat ik inderdaad een slechte moeder was.”
Zelf ging Diana slecht eten. Het huis werd een rotzooi. De geldzaken kwamen in de war. Ze werd ziek en kreeg last van haar hart. Ze was bang dat haar zoon uit huis moest.
Boos en wanhopig schreef ze een brief aan de burgemeester. Wist hij wel wat hij deed met die Top 600? Kende hij de praktijk wel?
De burgemeester schreef terug dat ze maar beter kon meewerken en de kansen kon pakken die ze van de hulpverleners kreeg.
Ze werd weer boos.
Tot ze een nieuwe contactpersoon kreeg van het Top 600-project. Wouter. Die was goed in het helpen van ‘probleemgezinnen’. Eerst was Diana daar kwaad om. Probleemgezinnen?! “Ik ben geen junkie!” Ze vond Wouter weer zo’n betweterige hulpverlener.
Maar dat veranderde snel. Diana kon Wouter altijd bellen, óók ‘s nachts. Hij koos welke hulpverleners nodig waren en welke juist niet. Samen met Diana. Wouter lúisterde en werkte met haar sámen. Met de politie ging het contact toen ook beter. Wouter ging de hulp regelen en Diana kreeg meer rust.
Ze ging kickboksen, net zoals Damiën, om de woede eruit te slaan. Daarna kon een therapeut haar helpen met haar emoties.
Het werd weer rustig in huis, en Diana vond het ineens fijn dat die mensen van de Top 600 haar zoon nog verder konden helpen. Tot het niet meer nodig was.
Nu helpt Diana andere moeders van jongens en meisjes die in de criminaliteit terecht zijn gekomen. Die in dezelfde situatie zitten als zij toen het slecht ging.
Ze heeft een stichting opgezet waarmee ze andere moeders helpt. En de moeders helpen elkaar. De naam was snel verzonnen: De moeder is de sleutel.
Top 600
De overvallen, straatroven en inbraken door heel jonge, gewelddadige jongens waren al een steeds groter probleem in Amsterdam. Toen werd in oktober 2010 een juwelier doodgeschoten die gewoon zijn werk deed in zijn winkel in Amsterdam-West.
De stad was geschokt.
Kort daarna kwam een nieuwe burgemeester en die bedacht met de baas van de Amsterdamse politie een plan. De hoofdofficier van justitie, die leiding geeft aan het Openbaar Ministerie in een bepaalde regio, vond het een goed idee. Er moest een lijst komen van de zeshonderd jongens die zorgden voor het merendeel van deze harde straatcriminaliteit.
De politie, de gemeente, justitie en de hulpverleners moesten niet langer allemaal hun eigen werk doen met die jongens, maar heel erg gaan samenwerken.
Zo ontstond in 2011 de Top 600. Uiteindelijk gingen meer dan veertig (40!) organisaties met de jongens aan de slag. Meisjes plegen die zorgwekkende geweldsmisdrijven bijna niet.
Hulp
Het is de bedoeling ze op te pakken en straf te geven, natuurlijk. Maar óók om ze daarna zó te helpen met hun problemen dat ze niet wéér in de fout gaan. Hun zaken worden extra snel behandeld door de rechters.
Ze krijgen al tijdens hun celstraf hulp bij het vinden van een goede school of werk dat goed bij ze past. Hulp bij het vinden van een woonruimte - desnoods in een huis dat nog moet worden gesloopt. Hulp bij hun geestelijke problemen, want die hebben ze soms veel. Hulp bij het afbetalen van hun schulden.
Ze krijgen zélfs hulp bij het leren omgaan met meisjes, bijvoorbeeld, zodat ze misschien een leuke vriendin kunnen vinden. Vriendinnen zijn vaak een grote stap naar een normaal leven.
Wennen
Het ging niet makkelijk.
Elke organisatie moest veel mensen leveren om van de Top 600 een succes te maken, terwijl al die clubs het natuurlijk al druk hadden met hun gewone werk. De politie moest bijvoorbeeld 250 agenten vrijmaken voor het project.
Het is ook niet makkelijk om goed samen te werken.
De ene club wil heel streng zijn, de andere club wil vooral helpen… En elke club werkt op zijn eigen manier ook nog, met een eigen cultuur, dus dat is erg wennen.
In het begin zagen veel directeuren van organisaties en hulpverleners die Top 600 niet zo zitten, maar toen het project een paar jaar bezig was, werd toch wel duidelijk dat het werkte. Met steeds meer jongens ging het zo goed dat ze niet meer in de fout gingen. Juist het éérst streng straffen en daarna helpen werkt. Uiteindelijk. Vaak na veel problemen in het begin, want het is ook voor de jongens in de Top 600 en hun ouders erg wennen.
Regisseur
Elk lid van de Top 600 krijgt een ‘regisseur’ die kijkt welke hulp precies nodig is - en welke bemoeienis de jongen juist kan missen als kiespijn. Soms is een strenge hand nodig, soms veel meer goede hulp bij het rustig krijgen van het hoofd.
“Bijna de helft van de leden van de Top 600 is naar schatting zwakbegaafd en ook veel andere jongens zijn heel makkelijk door foute vrienden de verkeerde kant uit te sturen of zien door ‘een slecht ontwikkeld geweten’ gewoon niet in hoe fout het is wat ze doen.”
Top 400
Toen de Top 600 goed liep, werd ook de Top 400 bedacht. Die is voor jongens die nog niet zwaar crimineel zijn, maar over wie bijvoorbeeld de politie zich wel grote zorgen maakt omdat ze maar wat rondhangen, verkeerde vrienden hebben en de eerste misstappen al maken.
Zij krijgen ook allerlei hulp, samen met hun ouders. Soms gaan ze heel fanatiek kickboksen, bijvoorbeeld. Dan zijn ze van de straat, leren ze luisteren naar de trainer én werken ze aan een gezonder leven. Natuurlijk gaat het dan niet alleen om kickboksen, maar krijgen de kinderen tegelijk ook hulp bij bijvoorbeeld school en leren ze beter omgaan met hun leeftijdsgenoten.
Inmiddels worden de Top 600 en de Top 400 in heel Nederland nagedaan.
Drugshandel
In Amsterdam zijn de problemen ondertussen verschoven. Zo gaat het nou altijd. Er zijn wel minder overvallen, straatroven en inbraken, maar de problemen door jongens die zich met de drugshandel bemoeien, nemen toe.
Soms nog heel jonge jongens laten zich door de drugshandelaren inschakelen en dan zijn de problemen al snel niet te overzien. Sommigen brengen als koeriers drugs rond, anderen helpen bij moorden - of plégen die moorden zelfs.
In sommige buurten zijn hele groepen jongens al voor lang in de gevangenis beland óf zelf doodgeschoten nog voordat hun volwassen leven goed en wel op gang is gekomen.
Daarom zijn de regels voor de Top 600 inmiddels zo aangepast dat ook deze jongens in het project terecht komen. Of dat zal helpen? We zullen het zien.
Om over na te denken
Mag de overheid een gezin verplichten om hulp te accepteren als het helemaal fout gaat?
Hoe zou jij zo’n probleem als ernstige jeugdcriminaliteit aanpakken? Wat werkt volgens jou wel en wat niet? Wat zijn je eigen ervaringen met de politie?